Posts tonen met het label inspiratie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label inspiratie. Alle posts tonen

vrijdag 18 september 2009

Gedicht:: Als ik terug ga naar mei 1937

Als ik terug ga naar mei 1937

Ik zie hen bij het statige hek van hun college staan,
zie mijn vader onder de okerkleurige stenen boog
naar buiten wandelen...
Mijn moeder zie ik met wat lichte boeken op haar heup...
Ze zijn binnenkort gediplomeerd en gaan straks trouwen...
Het liefst zou ik naar hen toegaan om te zeggen:
‘Stop, doe het niet – zij is de verkeerde vrouw, en
hij is niet de ware Jakob; jullie gaan dingen doen
waarvan je je nooit had voorgesteld ze ooit te doen,
jullie gaan kinderen slecht behandelen…’
Toch doe ik het niet. Ik wil tenslotte leven. Ik
neem hen beiden op, als een man- en vrouw pop
van papier-maché, en smijt hen tegen elkaar
ter hoogte van de heupen, als brokken vuursteen
waaruit ik vonken hoop te slaan. Dan zeg ik:
‘Doe wat jullie zullen doen, en ik zal ervan spreken’.

Origineel: "When I Go Back To May 1937", van Sharon Olds (1987). The Gold Cell. Vertaling uit: Jack Kornfield (2009). Na het feest komt de afwas: wijsheid voor het hart op het spirituele pad. Katwijk: Panta Rhei.

Het orgineel van deze weblog staat op www.dezilverster.nl/blog.php?a=2009-09-18.
Copyright © Peter Hofstee, de Zilverster Coaching. Alle rechten voorbehouden.

zondag 30 augustus 2009

Voorbij de leegte

Voorbij de leegte

Voorbij de leegte van Wim Jansen[1] is een boek dat ik onverwacht op de leestafel van Wanuskéwin, mijn huisboekhandel, zag liggen. Ik heb het in één ruk uitgelezen en erg genoten. Wim Jansen is een predikant die bereidt is elke zekerheid aan God los te laten en het onbekende in te gaan. Het boek verhaalt op een persoonlijke manier over zijn zoektocht. De zoektocht start bij Perron Nul en gaat van daaruit te voet verder. Wim Jansen neemt je mee op zijn zoektocht, die voor mij zeer herkenbaar is. Alleen heb ik nooit zo in God geloofd en ook niet zo geworsteld met Hem loslaten.

Uiteindelijk komt hij uit met dat je over God niets kunt zeggen, dat: “Wie de waarheid in pacht meent te hebben raakt God kwijt. Blz. 25Het enige dat wij weten is dat wij niets weten. Blz. 26 Hij rekent af met de krampachtige poging van veel niet-gelovenden om te geloven in allerlei (new age) speculaties (waar hij ook de conclusies van Pim van Lommel[2] bij rekent Blz. 94) of juist terug te grijpen op een radicaal geloof (christendom of Islam). Het vraagt moed om juist het niet-weten, het lege landschap van Perron Nul, als uitgangspunt te nemen. Tegelijk is het juist hier dat de verwondering kan ontstaan Blz. 41, de bezieling gevoeld kan worden Blz. 47, en de eigen beleving het puur subjectieve kan ontstijgen. Dit heilige is “groter dan ik maar tegelijk maak ik er deel van uit. Het omgeeft mij zoals de zee de druppel omgeeft, en is. Blz. 49 Wim Jansen worstelt om het heilige te beschrijven en hij komt tot een levensvreugde, dankbaarheid, een verlangen, verzoening, een nabijheid waarvoor het persoonlijk te mager is, maar waar je tot wil zingen, terwijl het toch niet iemand is.  Blz. 63-76 O, hoe herkenbaar.

De enige keuze die hier, voor Wim Jansen en ook voor mij, overblijft is: een sprong in vertrouwen, het je toevertrouwen aan dit heilige. Blz. 78 En dan kan er een “ervaring [onstaan] van die eenheid waartoe ik al van meet af aan behoor. Blz. 79 Hierin is, wat Wim Jansen betreft, de dualiteit opgelost tussen God daar en ik hier. Het heilige is een wezen van zijn geworden: “het heilige is mij Blz. 80.

Het heilige zoekt zijn expressie Blz. 82, in de kunsten, de muziek, de poëzie, en in het leven tussen de mensen, in de liefde: “die, mij overstijgende, werkzaamheid tussen Ik en Gij, zoals Buber de liefde typeerde. Blz. 108 Het heilige (of God) is niet meer dan een woord en waar het naar verwijst is onzegbaar. Het is in de liefde dat het heilige zichtbaar wordt. De liefde is relationeel van aard, het is persoonlijk en voelt als nabijheid. Wim Jansen schrijft: “In de liefde wordt het bovenpersoonlijke persoonlijk – dat is het heilige. Blz. 110 Het heilige is de bovenpersoonlijke bron van liefde.

Vervolgens gaat Wim Jansen naar de rol van de godsdiensten kijken. Hij vergelijkt een godsdienst met een kunstwerk en zet openbaring op één lijn met inspiratie. Niet alle inspiratie leidt tot een goed kunstwerk. Blz. 115Wat overblijft is een spiritualiteit zonder godsdienst. Blz. 118 Vervolgens komt hij uit bij de liefdespoëzie van de bijbel Blz. 123 en is godsdienst getransformeerd tot metafoor van een innerlijk proces Blz. 127 waarin goede vrijdag, Pasen en Pinksteren (kruisiging van het ‘ik’, wederopstanding en bezieling in gemeenschap) elk moment zich in mij kan voltrekken.

Hoewel hij zich kan voorstellen dat velen de kerk verlaten Blz. 134, heeft hij dat zelf niet gedaan. In het laatste hoofdstuk verteld Wim Jansen dat de taal van de Bijbel voor hem te rijk is aan verhalen en traditie en te dicht bij staat voor veel mensen, om helemaal overboord te gooien. Ditzelfde kom ik overigens bij Willigis Jäger[3] tegen. In plaats van afscheid te nemen van de taal en vorm van het geloof, keert ook deze daar weer naar terug. Weliswaar wordt de taal van de godsdienst nu totaal anders ingevuld, open en bezielend. Maar ik mis hier een laatste stap. Het totaal loslaten en zoeken en zonder houvast durven zijn. Verder zijn er naar mijn idee betere teksten dan de Bijbel waar e.a. beter in verwoord wordt. En dat met minder verwarring en overbodige bagage. Maar dan is het veel meer dat ieder voor zichzelf de teksten uitzoekt die hem/haar inspireren. Dus er ontbreekt een gemeenschappelijke taal. Ik zie hierin een uitdaging en een uitdrukking van het zeer persoonlijke van het heilige: geïnspireerd en in liefde verbonden zijn en tegelijk ook op eigen benen staan, losstaan, een eigen pad gaan.

Tot slot twee citaten: “Ik reken af met al het wensdenken en weiger mij een hemel te dromen, een vlot te liegen of oprecht te veinzen. Evenmin leg ik mij neer bij een plat materialistisch ‘dood is dood’. Wij weten het niet. Dat moet het uitgangspunt blijven. Blz. 153 En: “Ik kan en wil mij niet op enige waarheid beroepen. Ik heb geen enkele garantie. Maar dit zegt mijn ‘gevoel’. En dat is het enige dat ik heb. Blz. 156

Aantekening: ik vind belangrijk om te noemen dat Wim Jansen een boek aanhaalt van Ronald Meester, hoogleraar wiskunde. Het gaat om het boek ‘De man die God kende’. Ronald Meester weerlegt de conclusie dat, omdat aangetoond is dat er een bepaald stofje of activiteit is in de hersenen, de ervaring verklaard is. “Elke ervaring heeft noodzakelijk een fysische en wellicht aantoonbaar effect, maar waarom in de wereld zou deze ervaring slechts dat effect zijn? Blz. 19, voetnoot



[1] Wim Jansen (2008). Voorbij de leegte: een spiritualiteit zonder godsdienst. Kampen: Uitgeverij Ten Have.

[2] Pim van Lommel (2007) Eindeloos bewustzijn: een wetenschappelijke visie op bijna-dood ervaringen (5de druk). Kampen: Uitgeverij Ten Have.

[3] Willigis Jäger (2004). Elke golf is de zee: mystieke spiritualiteit (2de druk). Rotterdam: Asoka.

Het orgineel van deze weblog staat op www.dezilverster.nl/blog.php?a=2009-08-30.
Copyright © Peter Hofstee, de Zilverster Coaching. Alle rechten voorbehouden.

zondag 16 augustus 2009

Gedicht: Loslaten

Loslaten

Om te kunnen loslaten, is liefde nodig.

Loslaten betekent niet dat het me niet meer uitmaakt.
Het betekent dat ik het niet voor iemand anders kan doen.

Loslaten betekent niet dat ik hem smeer.
Het is het besef dat ik een ander niet kan beheersen.

Loslaten is toegeven dat ik het resultaat niet meer in de hand heb.

Loslaten is niet proberen om een ander de schuld te geven.
Het is jezelf zo goed mogelijk maken.

Loslaten is niet zorgen voor maar geven om.

Loslaten is niet even regelen maar ondersteunend zijn.

Loslaten is niet oordelen, maar de ander toestaan mens te zijn.

Loslaten is niet in het middelpunt staan en alles beheersen,
maar het anderen mogelijk maken hun eigen lot te bepalen.

Loslaten is niet anderen tegen zichzelf beschermen.
Het is een ander toestaan de werkelijkheid onder ogen te zien.

Loslaten is niet ontkennen, maar accepteren.

Loslaten is niet treiteren, schelden of ruzie maken,
maar juist zoeken naar mijn eigen tekortkomingen en die verbeteren.

Loslaten is niet alles naar mijn hand zetten,
maar elke dag nemen zoals die komt en er mij gelukkig mee prijzen.

Loslaten is niet anderen bekritiseren, of reguleren,
maar proberen te worden wat ik droom te zijn.

Loslaten is niet spijt hebben van het verleden,
maar groeien en leven in nu.

Loslaten is minder vrezen en meer beminnen.

Rosanne Anoniemm, 23 maart 2006,
roos89.web-log.nl/roos89/2006/03/loslaten_is_nie.html

Het orgineel van deze weblog staat op www.dezilverster.nl/blog.php?a=2009-08-17.
Copyright © Peter Hofstee, de Zilverster Coaching. Alle rechten voorbehouden.

dinsdag 30 juni 2009

Dalai Lama in Nederland

Dalai Lama in Nederland

Ik heb me afgelopen weken erg geïnspireerd gevoeld door de lezingen die de Dalai Lama gaf in de RAI op donderdag 4 juni. Het boek dat alle bezoekers uitgedeeld kregen, een speciale uitgave van ‘De kracht van geduld’[1] heeft me erg gemotiveerd om te kijken naar mijn expliciete en impliciete vormen van agressie.

Ik was meer ontroerd door de Dalai Lama dan ik zelf verwacht had. Ik vond zijn presentatie de woensdagavond daarvoor in NOVA college tegenvallen. Hij leek niet helemaal aanwezig te zijn. Jetlag of reisstress? Ik verbaasde me over het ongeduld en de weinig begripvolle houding van de studenten waarmee hij sprak. Later herinnerde het mij aan mijn eigen rigide en simplistische oplossingen voor wereldproblemen toen ik rond hun leeftijd was. Zoals die jongeman die vanuit een aanname van onkwetsbaarheid van de Dalai Lama veronderstelde dat de Chinezen het niet in zijn hoofd zouden halen als hij naar China zou gaan en zijn zetel opnemen. Deze aanname van onkwetsbaarheid zegt alles over levensfase van de student. Ik denk dat de Dalai Lama, als onderdeel van de beoefening, zich heel goed bewust is van zijn kwetsbaarheid als mens. Jammer dat hij daar niets over zei.

Maar goed, de lezing van de Dalai Lama vond ik een feest. Ik was erg helder, kon heel goed luisteren, zonder afgeleid te zijn en was meerdere malen in tranen, zonder dat ik direct een aanleiding had. Wat ik zo mooi vind aan de Dalai Lama, en eigenlijk aan meerdere Tibetaanse leraren, dat hij zo natuurlijk blijft en zo eerlijk in wat hij zelf wel of niet begrijpt. Ook dat hij niet probeert om mensen over te halen Boeddhist te worden maar bij hun eigen religie te blijven, vind ik bewonderenswaardig. Ook in het boek is hij daar heel duidelijk in: het is volledig je eigen keuze. Ik denk dat het ook alleen dan wortel kan schieten. Ik heb diepe bewondering voor zijn omgang met China en ik heb meer moeite met de opstelling van onze premier dan de Dalai Lama[2].

De lezing ging over het beoefenen van geduld was op basis van een tekst van Shatideva over de deugd van geduld. Het was een korte lezing (2 uur) en net genoeg om de eerste 20 verzen van de 134 te behandelen. Wat ik zelf uit het lezen van het boek heb gehaald is hoe onzinnig het is om boos te worden. Want waarop word ik boos als iemand iets lelijks zegt? Op de woorden van persoon? Op mijn eigen ego die het als aanval opvat? Op de mond van de persoon die het uitspreekt? Op de geschiedenis van die persoon? Op de aanleiding die ik, mogelijk onbewust gegeven heb? Waarom kies ik ervoor om op de persoon boos te worden en de rest te negeren?

De achterliggende gedachte is die van onderlinge verbondenheid. Je kunt nooit één aspect ergens uitlichten en daar dan al je energie op richten. Verder is ook die persoon uiteindelijk op zoek naar zijn eigen geluk en wil hij vrij zijn van lijden. Hoe gelijk ben ik aan hem! In het boek staan ook een paar heel inspirerende voorbereidende oefeningen voor tonglen (compassie), een onderdeel van mijn dagelijkse beoefening. Daarover een andere keer meer.

Het is me zo helder geworden afgelopen weken hoe snel ik boos reageer en hoe ik daar mezelf en de ander (mijn vrouw en mijn kinderen) mee tekort doe. En hoe volautomatisch dat gedrag van mij is. Het boek heeft me geïnspireerd om met hernieuwde inspanning iets aan dit innerlijk en uiterlijk gedrag te veranderen. Niet dat er iets mis is met de energie van boosheid, maar wel met je verliezen daarin (zie mijn workshop over boosheid).

Ook de lezing van Sogyal Rinpoche, na afloop, over meditatie was erg inspirerend en voor mij leerzaam. Ik heb Sogyal meerdere keren horen spreken en deze keer snapte ik met wat hij ooit bedoelde met dat de leer in meerdere lagen wordt aangeboden, waardoor het voor een breed publiek leerzaam is. Wat hij vertelde over meditatie was voor zowel beginners als geoefenden interessant.



[1] Z.H. de Dalai Lama (2009). Geduld: een uitleg van het zesde hoofdstuk uit de Bodhisattvacharyavatara van Acharya Shantideva (2de druk). Emst: Maitreya uitgeverij. Dit is een speciale uitgave ter gelegenheid van het bezoek van Z.H. de Dalai lama aan Nederland op 4 juni 2009. Het boek is ook te krijgen onder de titel: De kracht van geduld (2de druk).

[2] Dalai lama begrijpt Balkenende (2009, 5 juni). De Telegraaf. Geraadpleegd op www.telegraaf.nl/binnenland/4092529/__Dalai_lama_begrijpt_Balkenende__.html.

Het orgineel van deze weblog staat op www.dezilverster.nl/blog.php?a=2009-06-30.
Copyright © Peter Hofstee, de Zilverster Coaching. Alle rechten voorbehouden.

dinsdag 7 april 2009

De herberg (Rumi)

De herberg (Rumi)

Ik kreeg wat commentaar op de weblog van 5 maart over het gedicht van Rumi: de herberg. Om te beginnen verwijs ik naar een andere vertaling van het gedicht dan ikzelf heb. Ondertussen heb ik mijn versie gevonden. Google op ‘"Romeck van Zeyl" herberg’. Verderop deze versie.

Dan een ander punt. Namelijk dat je ook een opstapje nodig kunt hebben vanuit de psyche naar de open blik. Zo’n opstapje is het verwelkomen en begroeten van de emotie. Je laat het bestaan ‘in zijn eigen aard’. Dat is een eerste perspectief moment op weg naar het herkennen van het Ene daarin.

En zo’n opstapje heb ik kennelijk zelf ook nodig, getuige de een-na-laatste zin ‘Ontken niet dat je stuk voor stuk iets met ze hebt’. Dat is ook een lagere perspectief zin. Want wie is ‘je’? En als je onbevangen naar emoties kijkt, dan ‘heb’ je ook niets met ze, tenminste niet in de betekenis die hier wordt bedoeld. Deze zin is voor mij echter wel belangrijk, omdat het mijn worsteling erkent. Een worsteling die in mijn allerlaatste zin weer wordt herkend als leeg: ‘herken ze als leeg, als het spel van pure ervaring’.

De herberg

Dit mens-zijn is een soort herberg
elke ochtend weer een nieuw bezoek.

Een vreugde, een depressie, een benauwdheid,
een flits van inzicht komt
als een onverwachte gast.

Verwelkom ze; ontvang ze allemaal gastvrij!
Zelfs als er een menigte verdriet binnenstormt,
die met geweld je hele huisraad kort en klein slaat.

Behandel dan toch elke gast met eerbied,
misschien komt hij de boel ontruimen
om plaats te maken voor extase….

De donkere gedachte, schaamte, het venijn,
Ontmoet ze bij de voordeur met een brede grijns
en vraag ze om erbij te komen zitten.

Wees blij met iedereen die langskomt.
De hemel heeft ze stuk voor stuk gestuurd
om jou als raadgever te dienen.

Jalaluddin Rumi (1207-1273)
(vertaling: Romeck van Zeyl)

Het orgineel van deze weblog staat op www.dezilverster.nl/blog.php?a=2009-04-07.
Copyright © Peter Hofstee, de Zilverster Coaching. Alle rechten voorbehouden.

donderdag 26 maart 2009

Hersenmythe

Hersenmythe

Hoeveel procent van je hersencellen gebruik je eigenlijk? Als je denkt dat het er maar 10% zijn dan geloof je in een mythe uit 1900. Je gebruikt namelijk de volle 100%. Ik heb dit verhaal van 10% al meerdere keren gehoord bij workshops en ik vond het elke keer niet geloofwaardig. En nu las ik het in een boek van Margriet Sitskoorn: Het maakbare brein.[i]

Zij vertelt dat de wetenschappelijke literatuur er geen bewijs voor vindt. Maar nog mooier vind ik dat ze een gedachte-experiment doet. Stel je namelijk eens voor dat het waar is. Dan kan een hersenchirurg 90% van je hersenen wegsnijden en houdt je nog maar hersenen over met de omvang van een schaap. Volgens mij voel je direct aan dat dat niet kan. En we kennen allemaal wel iemand met een lichte of minder lichte hersenbeschadiging. Ik ken iemand die na een hersenbloeding gedeeltelijk zijn spraak verloor en het kostte haar veel oefenen om daar weer iets van terug te krijgen, maar helemaal normaal spreken was er niet meer bij. Kortom, als er iets wegvalt van je hersenen dan krijg je functie-uitval of functieverlies. Er zijn ook mensen bij wie het karakter zelfs verandert (zie de boeken van Oliver Sacks[ii]).

Dat wil niet zegen dat je niet kan veranderen en dat je brein heel veel nieuws kan leren. En daar gaat het boek verder over. Margriet Sitskoorn vertelt bijvoorbeeld over experts[iii] die, door heel veel feiten te kennen, hun werkgeheugen min of meer uitbreiden naar hun lange termijn geheugen. Daardoor kunnen zij zaken overzien en uit het hoofd berekenen, die voor een niet-expert niet te doen zijn. Het werkgeheugen zelf kan maar 5 tot 7 items bevatten en is dus beperkt. Een expert heeft als het ware een superwerkgeheugen ontwikkeld.

Onderzoek naar de ontwikkeling van expertise in verschillende terreinen doet vermoeden dat ervaring en gerichte intensieve training van vrijwel iedereen een uitmuntende musicus, sporter, schaakgrootmeester, vul maar in, kan maken. En dat stemt hoopvol.



[i] Margriet Sitskoorn (2007). Het maakbare brein: Gebruik je hersens en wordt wie je wilt zijn. Amsterdam: Bert Bakker.

[ii] Oliver Sacks (2005). De man die zijn vrouw voor een hoed hield. Amsterdam: Meulenhoff

[iii] Margriet Sitskoorn (2007), hoofdstuk 6, paragraaf De hersenen van een genie, p. 139-145.

Het orgineel van deze weblog staat op www.dezilverster.nl/blog.php?a=2009-03-26.
Copyright © Peter Hofstee, de Zilverster Coaching. Alle rechten voorbehouden.

donderdag 12 maart 2009

De zes vajra verzen

De zes vajra verzen

Deze vajra verzen vormen een perfecte samenvatting van de Dzogchen instructies. Dzogchen is geen religie en het vraagt niet om ergens in te geloven. Het vraagt dat iemand zichzelf observeert en ontdekt wat zijn eigen staat is. Het gaat over oerstaat van iemands eigen natuur. Om deze te ontdekken is geen geleerdheid nodig. Het is in zijn aard voorbij intellectuele of historische context. Het vraagt wel geduld en training om voorbij de altijd wilde gedachten en emoties te kijken en de openheid van geest om daadwerkelijk te schouwen.

Ik heb ze uit het boek ‘The Crystal and the Way of Light’ van Namkhai Norbu[i], een Dzogchen boek. In de origineel Tibetaanse schrijfwijze beslaan deze verzen precies zes regels. Ze zijn gecomponeerd in 800 na Christus door Padmasambhava. De vertaling is overgenomen uit ‘de heilige blik’ van Hans Knibbe[ii] met enige aanpassingen uit een ander boek van Namkhai Norbu[iii] en van mijzelf.

Although apparent phenomena
manifest as diversity
yet this diversity is non-dual,

and of all the multiplicity
of individual things that exist
none can be confined in a limited concept.

Hoewel de fenomenen die verschijnen
zich manifesteren als verscheidenheid,
is deze verscheidenheid niet-duaal,

en van alle veelheid
van individuele dingen die bestaan,
kan geen gevangen worden in een beperkt concept.

Staying free from the trap of any attempt
to say it’s ‘like this’ or ‘like that’,

it becomes clear that all manifested forms
are aspects of the infinite formless,
and indivisible from it,
are self-perfected.

Als je vrij blijft van elke verleiding
om wat is te beschrijven als ‘zus’ of ‘zo’,

wordt duidelijk dat alle gemanifesteerde vormen
aspecten zijn van het oneindige vormloze,
en dat ze, onafscheidelijk daarvan,
perfect zijn van zichzelf.

Seeing that everything is self-perfected
from the very beginning,
the disease of striving for any achievement
comes to an end of its own accord,

and just remaining in the natural state as it is,
the presence of non-dual contemplation
continuously, spontaneously arises.

Als je ziet dat alles perfect is van zichzelf,
vanaf het allereerste begin,
houdt de ziekelijke neiging om te streven naar verwerving van iets
uit eigen beweging op,

en zo, verwijlend in de natuurlijke staat,
rijst de presentie van niet-duale contemplatie
voortdurend en spontaan op.


[i] Chögyal Namkhai Norbu (2000). The Crystal and the Way of Light: Sutra, Tantra and Dzogchen. Ithaca: Snow Lion Publications.

[ii] Hans Knibbe (1998). De Heilige blik: het derde perspectief. Utrecht: de School voor Zijnsoriëntatie.

[iii]Namkhai Norbu (1994). Dzokchen: De volmaakte staat van zijn. Amsterdam: Uitgeverij Karnak.

Het orgineel van deze weblog staat op www.dezilverster.nl/blog.php?a=2009-03-12.
Copyright © Peter Hofstee, de Zilverster Coaching. Alle rechten voorbehouden.

donderdag 5 maart 2009

De herberg (vrij naar Rumi)

De herberg (vrij naar Rumi)

Ik kreeg laatst het gedicht van Rumi ‘De herberg’ (hier te vinden) uitgereikt. Ik vind het een mooi gedicht omdat het verwoord dat allerlei stemmingen en emoties aan ons voorbij trekken en wij daar vriendelijk mee om kunnen gaan. Iets in het gedicht irriteerde me ook, in het bijzonder het laatste deel waarin staat dat de hemel al deze zaken langs stuurt als raadgever. Op die manier wordt voor mij juist het mooie van het gedicht, dat alles op zijn tijd langskomt, om zeep geholpen. En die hemel, die instantie buiten ons, boven ons, als laatste toevluchtsoord, waar God woont, die bestaat niet, is een concept van de duale psyche. Zoek de Boeddha nooit buiten jezelf.

Toen ik wat beter ging lezen vond ik nog een paar passages die juist de hechting aan emoties benadrukt. Emoties begroet je niet, je laat ze helemaal bestaan, je bent erbij, en herkent ze als manifestaties van Zijn. Juist een houding aannemen tegenover emoties (en gedachten etc.) bestendigt de idee dat ze iets zijn. En dat je er iets mee moet. Nee, ze komen langs, en dat zijn ze, fenomenen die langs komen. Meer niet. Je diepste aard is nooit gebonden geweest!

Dus heb ik een poging gewaagd om het gedicht wat aan te passen.

De herberg (Dzogchen style)

Dit mens-zijn is een soort herberg
Elke ochtend weer een nieuw bezoek.

Een vreugde, een depressie, een benauwdheid,
een flits van inzicht komt
als een onverwachte gast.

Aanschouw ze, accepteer ze niet en verwerp ze niet!
Zelfs als er een menigte verdriet binnenstormt,
die met geweld je hele huisraad kort en klein slaat.

Kijk onbevangen naar de aanwezigheid van elke gast,
misschien komt hij de boel ontruimen
om plaats te maken voor extase….

De donkere gedachte, schaamte, het venijn,
ban hun ellende niet uit
en klamp je niet vast aan de geluk brengende gasten.

Besef ten volle hun innerlijke energie.
Ontken niet dat je stuk voor stuk iets met ze hebt
en herken ze als leeg, als het spel van pure ervaring.

Het orgineel van deze weblog staat op www.dezilverster.nl/blog.php?a=2009-03-05.
Copyright © Peter Hofstee, de Zilverster Coaching. Alle rechten voorbehouden.