Posts tonen met het label theorie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label theorie. Alle posts tonen

zondag 31 mei 2009

Trots en leegte

Trots en leegte

Na de vorige weblog van 25 mei, waarin ik mijn reacties op het radio-interview verwoord, is er een nieuwe reactie langsgekomen, namelijk mezelf helemaal fantastisch vinden (narcistische reactie). Ik zie dat als een variant op de voorgaande reacties van stress en de criticus.

In de zelfpsychologie[1] het narcistische zelf een structuur in iemands zelfervaring. Normaal narcisme is een ontwikkelingsfase in de kindertijd en leidt tot een realistisch zelfgevoel, doelstellingen en idealen. In het volwassen leven gaat het om een overdreven gevoel van grootsheid of bijzonder zijn, samengaand met arrogantie en ongevoeligheid of juist grote gevoeligheid voor de waardering van anderen.[2] Kern is dat het gevoel van grootsheid niet aangetast mag worden en voortdurend bevestigd moet worden. Die noodzaak voor bevestiging kan verschillende vormen aannemen, zoals alleen met ‘bijzondere’ mensen om willen gaan, alleen door de beste trainer/arts/leraar bijgestaan willen worden, woedend reageren op kritiek of de kritiekgever helemaal afkraken en het contact verbreken.

Golfbeweging

Terugkijkend kan ik de hele golfbeweging zien van afgelopen twee weken. Het begon met de schrik om uitgenodigd te worden voor een interview. Dit activeerde een stressresponse. Na het interview werd de criticus actief. Na een paar dagen van herstel en realisme werd de narcist in mij actief.

De stressreacties heb ik hanteerbaar gemaakt door er bij te blijven (mindfulness) en het gesprek voor te bereiden. Door hulp te vragen en onder ogen te zien dat ik hier wat te leren heb, was er geen sprake van narcisme. De criticus ken ik en liet ik gewoon uitrazen zonder er te veel aandacht aan te geven.

Terugkijkend startte de narcistische fase afgelopen dinsdag. Mede door leuke reacties van cursisten van mij. En ook omdat ik me ging ontspannen met dat ik tevreden was.

Onderliggende leegte

Zijnsoriëntatie kijkt naar al deze reacties als een poging om een onderliggende leegte te bedekken. Leegte in de zin van psychologische leegte, niet een existentiële of spirituele leegte. Leeg staat hier voor het niet aanwezig kunnen zijn bij een gemis en daardoor geen eigen vorm aan kunnen nemen. Het is op psychologisch niveau leeg zijn van zelf, doordat er geen zelfstructuur gevormd is op een bepaald terrein.

De leegte waar het bij mij om draait is ‘iets niet kunnen’. Psychologisch staat dat gelijk met ‘niet van waarde zijn’. Dat betekend dat er dan niet van mij gehouden kan worden, een gemis van steun. Elk appèl om iets te presteren kan deze leegte activeren. Daarmee kan ik de stressresponse snappen, het is een fysiologische reactie op de psychologische/kinderlijke angst van niet gesteund zijn.

De criticus en de narcistische reactie zijn te snappen als pogingen om wel goed te zijn. De criticus doet dat door vooral op alle gebreken te wijzen en te pushen om daar iets aan te doen. De narcist door domweg alle gebreken te ontkennen en alleen bezig te zijn met zich fantastisch voelen.

Ik ken verder nog een teruggetrokken reactie: passief en hopeloos worden. Iets wat in het hele proces tussendoor af en toe de kop op stak. In Zijnsoriëntatie termen zijn de eerder genoemde reacties vormen van strategisch gedrag: een actieve poging om in de buitenwereld het gemis te herstellen. Zie voor details over dit onderwerp de literatuur[3] en de structuur over teruggetrokken en strategisch zelf.

Dankwoord

Met dank aan Muike Mutsaers voor de leerbegeleiding van de afgelopen jaren waarin we intensief gewerkt hebben met mijn narcistische tendensen en het broze zelfbeeld dat daaronder ligt. En met de spirituele discipline om daar midden in te gaan staan en het te herkennen als pogingen om heelheid te leven. In die zin zijn de psychologische leegte en het neurotische gedrag van de psyche om daar mee te dealen al helemaal perfect.



[1] Wolf, M.H.M. de (2002). Inleiding in de psychoanalytische psychotherapie: ontwikkeling, psychopathologie, diagnostiek en behandelvormen (2de druk). Bussum: Uitgeverij Coutinho. Blz. 66-78.

[2] Blz. 168 uit bovenstaand boek.

[3] Paula van Lammeren, Rianne van Rijsewijk (2002). Geïnspireerd leven en werken: over de vreugde en vrijheid van zijn. Utrecht/Antwerpen: Servire.

Het orgineel van deze weblog staat op www.dezilverster.nl/blog.php?a=2009-05-31.
Copyright © Peter Hofstee, de Zilverster Coaching. Alle rechten voorbehouden.

donderdag 26 maart 2009

Hersenmythe

Hersenmythe

Hoeveel procent van je hersencellen gebruik je eigenlijk? Als je denkt dat het er maar 10% zijn dan geloof je in een mythe uit 1900. Je gebruikt namelijk de volle 100%. Ik heb dit verhaal van 10% al meerdere keren gehoord bij workshops en ik vond het elke keer niet geloofwaardig. En nu las ik het in een boek van Margriet Sitskoorn: Het maakbare brein.[i]

Zij vertelt dat de wetenschappelijke literatuur er geen bewijs voor vindt. Maar nog mooier vind ik dat ze een gedachte-experiment doet. Stel je namelijk eens voor dat het waar is. Dan kan een hersenchirurg 90% van je hersenen wegsnijden en houdt je nog maar hersenen over met de omvang van een schaap. Volgens mij voel je direct aan dat dat niet kan. En we kennen allemaal wel iemand met een lichte of minder lichte hersenbeschadiging. Ik ken iemand die na een hersenbloeding gedeeltelijk zijn spraak verloor en het kostte haar veel oefenen om daar weer iets van terug te krijgen, maar helemaal normaal spreken was er niet meer bij. Kortom, als er iets wegvalt van je hersenen dan krijg je functie-uitval of functieverlies. Er zijn ook mensen bij wie het karakter zelfs verandert (zie de boeken van Oliver Sacks[ii]).

Dat wil niet zegen dat je niet kan veranderen en dat je brein heel veel nieuws kan leren. En daar gaat het boek verder over. Margriet Sitskoorn vertelt bijvoorbeeld over experts[iii] die, door heel veel feiten te kennen, hun werkgeheugen min of meer uitbreiden naar hun lange termijn geheugen. Daardoor kunnen zij zaken overzien en uit het hoofd berekenen, die voor een niet-expert niet te doen zijn. Het werkgeheugen zelf kan maar 5 tot 7 items bevatten en is dus beperkt. Een expert heeft als het ware een superwerkgeheugen ontwikkeld.

Onderzoek naar de ontwikkeling van expertise in verschillende terreinen doet vermoeden dat ervaring en gerichte intensieve training van vrijwel iedereen een uitmuntende musicus, sporter, schaakgrootmeester, vul maar in, kan maken. En dat stemt hoopvol.



[i] Margriet Sitskoorn (2007). Het maakbare brein: Gebruik je hersens en wordt wie je wilt zijn. Amsterdam: Bert Bakker.

[ii] Oliver Sacks (2005). De man die zijn vrouw voor een hoed hield. Amsterdam: Meulenhoff

[iii] Margriet Sitskoorn (2007), hoofdstuk 6, paragraaf De hersenen van een genie, p. 139-145.

Het orgineel van deze weblog staat op www.dezilverster.nl/blog.php?a=2009-03-26.
Copyright © Peter Hofstee, de Zilverster Coaching. Alle rechten voorbehouden.

donderdag 19 maart 2009

90 seconden

90 seconden

Ik las een mooi boek van Jill Bolte Taylor[i]. Ze is een neurologe die een hersenbloeding kreeg en van binnenuit kon navertellen wat er gebeurde[ii]. Naast een heel persoonlijk verhaal geeft ze een heel mooie beschrijving van hoe de hersenen werken en het verschil tussen linker en rechterhersenhelft. Of beter gezegd, het verschil tussen talig, methodisch en lineair in de wereld staan of beeldend, invoelend en holistisch in de wereld staan. Maar waar ik het in nu over wil hebben is een ontdekking van haar over dat onze emoties maar 90 seconden duren en dan vanzelf uitdoven. Dat biedt handvaten om met angst, boosheid en stress om te gaan.

Limbisch systeem

Onze emotionele programma’s worden bepaald door het limbisch systeem. Onderdeel van het limbisch systeem zijn de amygdala, betrokken bij primitieve emoties zoals angst en agressie, en de hypothalamus, die het autonome zenuwstelsel reguleert door middel van hormonen. Dit is hetzelfde systeem dat ook betrokken is bij stressfysiologie (zie de weblog over stressresponse).

De programma’s van het limbisch systeem worden automatisch opgeroepen, voordat onze frontale cortex inschakelt. Dat is waar ons vermogen om te plannen en na te denken zit (zie de weblog over aandachtsvernauwing). Dus voordat we cognitief kunnen reageren is bij heftige emoties (angst of boosheid), ons limbisch systeem al actief en stromen de bijbehorende hormonen al door ons lichaam. Maar, na 90 seconden is dit systeem uitgewerkt en zijn de hormonen uit onze bloedsomloop weggespoeld. De amygdala schakelt in eerste instantie de frontale cortex trouwens uit, want het gaat om een snel overlevingsmechanisme in geval van gevaar en voor rustig nadenken is dan geen tijd. Vechten of vluchten, dat zijn de opties en daar wordt je lichaam op voorbereid.

Heftigheid duurt maar 90 seconden

Wat Jill Bolte Tayler mooi beschrijft (o.a. in hoofdstuk 17 ‘Ken je macht’) is dat als een heftige emotie langer duurt, dus als je heel lang boos of bang bent, dat je dan zelf het systeem aan blijft jagen. Echter, dat is, na 90 seconden, een keuze (hoewel mogelijk vanuit een psychisch automatisme). Dus de kunst is om bij heftige emoties te accepteren dat ze starten, er gewoon bij te blijven en er niet mee door te gaan.

Wat te doen?

Een beter antwoord is er met aandacht (wakkerte of mindfulness) bij te blijven. De heftigheid komt op, ik voel de volle energie, hoe het door me heen raast, hoe ik wil reageren en het gevoel van urgentie. En ik laat elk oordeel, elke nagedachte los. En als nagedachte opkomt, dan ga ik er niet in door. De heftigheid dooft dan van zichzelf uit en kan ik rustig nadenken waar het mee te maken heeft en of ik iets wil doen of zeggen of juist helemaal niet.

Eerst leek dat eigenlijk ongelooflijk, vanwege mijn neiging om erg in emoties te geloven en direct te reageren, maar nu zie ik dat ze er helemaal zijn en me tegelijkertijd niet hoeven te dicteren. Dat geeft me vrijheid om te reageren zoals passend is. Ik snap ook ineens grootmoeders advies om tot 10 te tellen.

Niet gevoelloos

Even voor alle duidelijkheid: het gaat niet om emoties onderdrukken of gevoelloos worden. Om te beginnen lukt dat niet, het limbisch systeem is al volop actief voordat jij door hebt wat er speelt en voordat je dus iets kunt onderdrukken of negeren. De waarde zit erin dat je emoties volledig hun gang laat gaan, het effect op jezelf erkent en daar rustig bij aanwezig blijft zonder er op door te gaan.



[i] Dr. Jill Bolte Taylor (2008). Onverwacht inzicht: het persoonlijke verhaal van een neurologe over haar hersenbloeding. Utrecht/Antwerpen: Kosmos Uitgeverij.

[ii] Zie ook een lezing van haar op: www.youtube.com/watch?v=UyyjU8fzEYU.

Het orgineel van deze weblog staat op www.dezilverster.nl/blog.php?a=2009-03-19.
Copyright © Peter Hofstee, de Zilverster Coaching. Alle rechten voorbehouden.

woensdag 31 december 2008

Emotionele arbeidsbelasting (deel 2)

Emotionele arbeidsbelasting (deel 2)

Tijdens de CSR conferentie van 31 oktober 2008 vertelde Marc van Veldhoven van de Universiteit van Utrecht. Hij benadrukte dat de emotionele arbeidsbelasting vaak vergeten wordt. Het wordt beschouwd als iets dat er bij hoort. Bijvoorbeeld om voortdurend vriendelijk en correct te moeten zijn. Dat komt voor in commerciële beroepen. Maar de emotionele belasting is het hoogst bij de gezondheidszorg, onderwijs en politie. Denk daarbij aan omgaan met (verbale) agressie, conflicten en trauma’s. Mindfulness blijkt de beste vorm van emotieregulatie en een goede manier om uitputting te voorkomen.

Emotionele arbeid

Emotionele arbeid is inspanning leveren voor het plannen van en/of controleren van de emoties die gewenst zijn door de organisatie (of de samenleving). Maar wat te doen met de eigen gevoelde emoties en de discrepantie met wat gewenst is? Hij noemde onderzoek bij 65 politieagenten[i] dat het deze discrepantie is die leidt tot uitputting. En hoe vermoeider een agent aan de werkdag begint, hoe moeilijker het voor hem/haar is om de emotionele arbeid te verrichten. Bij de politie gaat het voornamelijk om het verbergen van eigen emoties.

Surface en deep acting

Marc van Veldhoven noemde drie manieren om met emotionele dissonantie om te gaan. Om te beginnen iets dat surface acting genoemd wordt. Dat wil zeggen dat je emoties onderdrukt of verbergt die niet gewenst zijn. Dan deep acting. Dat wil zeggen dat je je eigen emoties bewerkt en verwerkt. Dus als je boos bent en je moet vriendelijk zijn, dan vraag je je af waarom je boos bent en probeert iets aan de oorzaak te doen of jezelf beloven dat op een beter moment te gaan doen. Vervolgens realiseer je je dat jouw boosheid niets te maken heeft met de klant tegenover je en je blijft vriendelijk.

Uit onderzoek blijkt dat het moeten verbergen van emoties tot meer uitputting leidt[ii] en dat deep acting gunstiger is tegen burnout dan surface acting[iii].

Mindfulness

Uit onderzoek van Hayes et al. (2006)[iv] (hij combineert cognitieve gedragstherapie met aandachtstraining, zie o.a. de weblog van 7 maart 2007) blijkt dat het meest effectief is om helemaal niets te doen met de eigen emoties. Hij noemt dat psychologische flexibiliteit: niet bepaald worden door de inhoud en intensiteit van gedachten en emoties, maar bereid zijn deze te ervaren zonder ze te willen controleren. En zonder het handelen te laten controleren door deze gedachten en gevoelens. Kortom: mindfulness. En wat blijkt, dit blijkt nog beter te werken tegen verzuim door uitputting (onderzoek bij call-centres en een klantservice centrum). Hoe en waarom is onderwerp van lopend onderzoek (o.a. in samenwerking met de Universiteit van Tilburg).



[i] B. van Gelderen et al. (2007). Psychological strain and emotional labor among police-officers: A diary study. Journal of Vocational Behavior, 71, 446–459.

[ii] Ybema, J.F., & Smulders, P. (2002). Emotionele belasting en de noodzaak tot het verbergen van emoties op het werk. Gedrag en Organisatie, 3, 129-146.

[iii]Brotheridge, C.M. & Grandey, A. (2002). Emotional labor and burnout: Comparing two perspectives of "people work". Journal of Vocational Behavior, 60, 17-39.

[iv] Ik kan niet vinden van Veldhoven naar verwijst, maar ik vond de volgende artikelen met dezelfde overzichten als in zijn presentatie:

Fletcher L., Hayes, S.C. (2006). Relational Frame Theory, Acceptance and Commitment Therapy, and a Functional Analytic Definition of Mindfulness. Journal of Rational Emotive and Cognitive Behavioral Therapy, 23(4), 315-336.

Hayes, S.C., Bunting, K., Herbst, S., Bond, F.W., & Barnes-Holmes, D. (2006). Expanding the Scope of Organizational Behavior Management: Relational Frame Theory and the Experimental Analysis of Complex Human Behavior. Journal of Organizational Behavior, 26, 1-23.

Hayes, S.C., Strosahl, K., Wilson, K.G. (2006) ACT: Een experiëntiële weg naar gedragsverandering.

Het orgineel van deze weblog staat op www.dezilverster.nl/blog.php?a=2008-12-31.
Copyright © Peter Hofstee, de Zilverster Coaching. Alle rechten voorbehouden.

dinsdag 30 december 2008

Emotionele arbeidsbelasting (deel 1)

Emotionele arbeidsbelasting (deel 1)

Ik wil komende logs iets kwijt over informatie die ik gehoord en gelezen heb n.a.v. de CSR conferentie van 31 oktober 2008. Om te beginnen een model dat beschrijft hoe positieve en negatieve emoties een verschillende rol spelen voor het welbevinden op het werk. Negatieve emoties hebben een sleutelrol in een stressproces dat kan uitmonden in burnout en gezondheidsklachten. Terwijl positieve emoties een sleutelrol hebben in een motivatieproces dat kan leiden tot bevlogenheid en positieve attitudes ten opzichte het werk en de organisatie. Het model komt uit een artikel van Wilmar Schaufeli (Universiteit van Utrecht) en Willem van Rhenen (ArboNed)[i]. Zie de figuur verderop.

Taakeisen en energiebronnen

De basis van het model is het Job Demands-Resource model (JD-R) model[ii]. Het model kent twee typen werkkenmerken: taakeisen en energiebronnen. Taakeisen, vereisen per definitie inspanning en daarmee psycho-fysiologische kosten, zoals vermoeidheid, irritatie, verveling en frustratie. Energiebronnen zijn nodig voor het uitvoeren van de taak, maar ook voor persoonlijke groei en ontwikkeling.

Uitputtings- en motivatieproces

In het model zijn een uitputtings- en een motivatieproces. In het uitputtingsproces  is het zo dat als voldoende herstel uitblijft van de inspanning en de werkbelasting langdurig te hoog is er een kans bestaat op burnout. In het motivatieproces leiden de energiebronnen tot positieve emoties zoals opwinding, enthousiasme, vreugde en trots. Als die energiebronnen voldoende en lang genoeg beschikbaar zijn geven de bijbehorende positieve emoties aanleiding tot bevlogenheid en een positieve houding. In dit onderzoek is een positieve attitude gemeten als betrokkenheid bij de organisatie en geringe geneigdheid tot veranderen van baan (verloopgeneigdheid).

Onderlinge beïnvloeding

Beide processen, uitputting en motivatie, beïnvloeden elkaar wederzijds. Om te beginnen blijkt dat hoe meer energiebronnen er ter beschikking staan, des te minder belastend de taakeisen (en omgekeerd). In de figuur is dat aangegeven met een rode pijl en minteken. Eenzelfde negatieve beïnvloeding is er tussen burnout en bevlogenheid. Onderzoek toont aan dat burnout en gezondheidsproblemen, evenals bevlogenheid en een positieve attitude positief zijn gerelateerd (blauwe pijl en een plusteken). Burnout en positieve organisatieattitudes blijken negatief gerelateerd. Ook bestaat er een negatief verband bestaat tussen taakeisen en positieve emoties, en tussen energiebronnen en negatieve emoties. Of te wel, bij hoge taakbelasting worden meer negatieve gevoelens en minder positieve gevoelens ervaren. En wanneer er meer energiebronnen aanwezig zijn is het effect omgekeerd.

Er is geen samenhang gevonden tussen bevlogenheid en gezondheid. Dus een grotere bevlogenheid heeft geen positieve effecten op de gezondheid en gezondheidsklachten hangen niet samen met minder bevlogenheid. Overigens vind ik dit heel herkenbaar. Juist de bevlogenheid (samen met ander eigenschappen) kan maken dat iemand ondanks gezondheidsklachten doorgaat.

Conclusies

Naast een indirect effect via emoties is er nog een direct effect gemeten van taakeisen en energiebronnen op burnout en gezondheidsklachten. Echter niet van de taakeisen op bevlogenheid en positieve attitudes. Dat betekent dat verminderen van de taakeisen de houding van de werknemer niet positief beïnvloed. Het verhogen van de energiebronnen wel.

Een tweede conclusie is dat werknemers die minder positieve emoties ervaren in de toekomst vaker zullen verzuimen. Van negatieve emoties blijkt dat ze geen significante samenhang vertonen met toekomstig verzuim. Dus, in plaats van de aandacht te richten op het wegnemen van negatieve emoties is het beter om positieve emoties te bevorderen.

Tevens blijkt de beschikbaarheid voor energiebronnen negatief samen te hangen met burnout, zowel indirect via negatieve emoties maar er is ook een direct effect gemeten. Tot slot, om de auteurs aan te halen: “Kortom, wanneer een organisatie investeert in energiebronnen, bijvoorbeeld door de zelfstandigheid van werknemers te vergroten, hun betere feedback over hun werkprestaties te geven, meer afwisseling in het werk te creëren en meer leer- en loopbaanmogelijkheden te bieden, snijdt het mes aan twee kanten; burnoutklachten zullen verminderen en werknemers zullen meer bevlogen raken en een positievere houding ten opzichte van de organisatie ontwikkelen.

Opmerking

In het genoemde artikel hebben W. Schaufeli en W van Rhenen gewichten kunnen bepalen voor de verschillende relaties. Die heb niet in de figuur opgenomen. Het is zo al ingewikkeld genoeg.



[i] W. Schaufeli & W. van Rhenen. (2006). Over de rol van positieve en negatieve emoties bij het welbevinden van managers: Een studie met de Job-related Affective Well-being Scale (JAWS). Gedrag & Organisatie, 19(4), 323-344.

[ii] Bakker, A.B., Demerouti, E, Taris, T., Schaufeli,W.B. & Schreurs, P.J.G. (2003). A Multigroup analysis of the Job Demands-Resources Model in four home-care organizations. International Journal of Stress Management, 10, 16-38.

Het orgineel van deze weblog staat op www.dezilverster.nl/blog.php?a=2008-12-30.
Copyright © Peter Hofstee, de Zilverster Coaching. Alle rechten voorbehouden.

vrijdag 3 oktober 2008

Schadelijke effecten stress

Schadelijke effecten stress

Ik liep gisteren aan tegen een artikel in de Scientific American. Je vindt het hier. Het geeft het resultaat van de recentelijk gepubliceerd onderzoek naar de effecten van stress. Vrolijk werd ik er niet van, maar het belang van een dagje lekker luieren is me wel weer duidelijker geworden.

Het artikel is van 15 augustus 2008 en rapporteert over onderzoek van de Ohio State University uitgevoerd door Janice Kiecolt-Glaser en Ronald Glaser. Zij onderzoeken al 20 jaar het effect van stress op het immuunsysteem. Hun conclusie is dat stress zelf een immuunrespons opwekt. Langdurige blootstelling van het lichaam aan de cytokines maakt het lichaam daar ongevoeliger voor.

De chronische ontsteking, die stress in deze visie eigenlijk is, verhoogd daarmee ook het risico op hartfalen, botontkalking en auto-immuunziekten, inclusief diabetes type 2.

Omdat regelmatige stress het immuunsysteem chronisch activeert is ook het risico op allergieën verhoogd. Het overactieve immuunsysteem slaat namelijk ook sneller ten onrechte aan tegen stoffen die niet schadelijk zijn. In het genoemde onderzoek bleek bijvoorbeeld dat allergieën toenemen door stress.

In een ander onderzoek werden studenten tijdens de zomervakantie en tijdens de examenperiode een snee gegeven. Voor sommige studenten duurde het tijdens de examenperiode bijna twee keer zo lang (40% om precies te zijn) voordat de wond genezen was.

Het orgineel van deze weblog staat op www.dezilverster.nl/blog.php?a=2008-10-04.
Copyright © Peter Hofstee, de Zilverster Coaching. Alle rechten voorbehouden.